Leer voor je leven

Bekwaamheden en deeltaken

De ad-opleiding Pedagogisch Educatief Professional is opgebouwd rondom vier rollen die relevant zijn in de beroepspraktijk: pedagoog, ontwerper, verbinder en coach. Binnen deze rollen worden bekwaamheden onderscheiden. De deeltaken binnen deze bekwaamheden worden hieronder per rol beschreven. 

Pedagoog

Bekwaamheden   

Deeltaken

Pedagogisch bekwaam

De student creëert een veilige omgeving voor kinderen.

  1. De student heeft een sensitieve en responsieve houding, houdt rekening met de basisbehoeften van kinderen en realiseert een veilige ontwikkelingsgerichte omgeving.
  2. De student biedt sociaal-emotionele en morele ondersteuning aan kinderen en zet middelen en/of vaardigheden effectief in.
  3. De student brengt de ontwikkeling van het individuele kind in kaart en bevordert en bewaakt deze door activerende, passende activiteiten in te zetten en te evalueren.
  4. De student brengt het groepsklimaat in kaart en bevordert en bewaakt deze door activerende, passende activiteiten in te zetten en te evalueren.
  5. De student observeert verschillen in ontwikkelingsniveaus en gedrag van kinderen, signaleert behoefte aan specifieke zorg, en zet dit om in passende begeleiding.

Interpersoonlijk bekwaam

De student geeft leiding en brengt een open communicatie tot stand met het individuele kind en tussen kinderen onderling.

  1. De student geeft leiding aan een groep kinderen.
  2. De student creëert een omgeving waarin kinderen rekening leren houden met elkaar.
  3. De student brengt een samenwerking tot stand met de kinderen en tussen de kinderen onderling.
  4. De student brengt een open communicatie tot stand met de kinderen en tussen de kinderen onderling.

10. De student is in staat de communicatie met de kinderen en tussen de kinderen onderling te verbeteren.

Ontwerper  

Bekwaamheden   

Deeltaken

Ontwikkelingsgericht bekwaam

De student ontwerpt een ontwikkelingsgerichte omgeving.

  1. De student stemt de activiteiten af op de behoeften van het individuele kind en de groep als geheel.
  2. De student stemt zijn activiteiten af op de ontwikkelingsdoelen en houdt hierbij rekening met verschillen en overeenkomsten tussen kinderen.
  3. De student gebruikt recente bronnen bij het ontwerpen van de activiteiten.
  4. De student gebruikt de omgeving bij het ontwerpen van activiteiten die aansluiten bij het individuele kind en zijn niveau.
  5. De student evalueert de ontworpen activiteiten.

Organisatorisch bekwaam

De student draagt zorg voor overzicht en structuur.

  1. De student werkt planmatig en opbrengstgericht; hij kan goed organiseren, plannen en prioriteiten stellen.
  2. De student zoekt voortdurend naar mogelijkheden voor verbetering en innovatie en ziet wat nodig is om de pedagogische kwaliteit te verbeteren.
  3. De student neemt verantwoordelijkheid voor de algehele organisatie bij het behalen van de pedagogische doelen.
  4. De student zorgt voor een overzichtelijke en ontwikkelingsgerichte omgeving in een groep.

10. De student kan ict effectief en verantwoord inzetten ten behoeve van zijn eigen handelen.

11. De student is mondeling en schriftelijk (taal)vaardig en is correct in schrijven, spreken, gesprekken voeren en rapporteren.

Verbinder

Bekwaamheden   

Deeltaken

Bekwaam in werken met collega’s en de omgeving

De student levert een actieve bijdrage aan een samenwerking met het sociale netwerk van het kind.

12. De student beschikt over basiskennis van verschillende relevante disciplines en leert een casus van verschillende kanten te bekijken.

13. De student communiceert open met anderen.

14. De student neemt initiatieven voor overleg, afstemming en resultaatgerichte verbeteringen.

15. De student stelt zich bij de samenwerking coöperatief en leerbaar op.

16. De student stelt als vertegenwoordiger van het kind op naar het sociaal netwerk van het kind.

17. De student respecteert de visie van de omgeving van het kind en van de organisatie.

Coach

Bekwaamheden   

Deeltaken

Reflectief bekwaam

De student heeft een onderzoekende en ondernemende houding en kijkt vanuit zijn professionele identiteit naar zijn handelen.

  1. De student werkt planmatig aan zijn eigen ontwikkeling.
  2. De student denkt oplossingsgericht.
  3. De student reflecteert op zijn eigen handelen en communiceert hier open over naar leidinggevenden en collega’s.
  4. De student houdt zijn kennis up-to-date.

Bekwaam in werken met collega’s

De student is in staat om medewerkers binnen de organisatie professioneel te coachen.

  1. De student kent de werking van de verschillende coachingstechnieken en -instrumenten en kan deze effectief toepassen.
  2. De student leert een professionele coachingsrelatie op te bouwen met de ander.
  3. De student is in staat om als professioneel coach medewerkers binnen de organisatie te begeleiden, stimuleren, uit te dagen en te inspireren
  4. De student is zowel gesprekspartner van leidinggevenden als van collega’s en kan flexibel omgaan met de verschillende rollen die hij heeft.
  5. De student leert hoe hij om kan gaan met weerstand, emoties en onverwachte situaties tijdens het coachen.

10. De student is zich bewust van zijn persoonlijke kracht en weet deze op effectieve wijze in te zetten bij het coachen.

Deel deze pagina op Google Plus Connect via LinkedIn